Bakhaus en bakkes

‘Vrigger bakde de minse bekans èlleke wèèk zelf broeëd … in hun èège bakhaus!’ (Vroeger bakten de mens bijna elke week zelf brood … in hun eigen bakhuis!)

Vele Perenaren bakten vroeger wekelijks hun eigen brood … Dat gebeurde in een ‘bakhaus’, o.m. in het Peerder dialect het woord voor (meestal) een apart huisje waarin een bakoven gemetseld was. Varianten in Peer zijn ‘bakhoews’, ‘bakhuis’ en ook ‘bakkes’. Een ‘bakhaus’ werd o.m. om veiligheidsredenen (brandgevaar!) op een eindje van het woonhuis opgetrokken met de ronde koepel van de bakoven aan de buitenkant van het eigenlijke ‘bakhaus’ of ‘bakheiske’ (verkleinwoord). Die oven was uit bakstenen (what’s in a word?) vervaardigd en met leem afgewerkt. De mond van de bakoven bevond zich aan de binnenkant van het bakhuis, op heuphoogte, zodat het samengebonden brandhout, de ‘mètterte / mitterte’ (mutsaards) vlot naar binnen konden gestouwd worden om de oven op temperatuur te brengen. De bodem van de oven was vlak en met een ‘zwoel’, een speciale ovenpaal met platte ovenplaat, ook gekend als ‘broodschieter’, kon (meestal) moeder de broden en soms ook de ‘vlaaie’ (de taarten) in de oven ‘schiete’. De ovendeur ging dan dicht en na een bepaalde tijd en de nodige handelingen was je ‘brieëke gebakke’ (broodje gebakken), letterlijk dan. Als je broodje figuurlijk gebakken is, heb je alles goed voor elkaar en heb je goede vooruitzichten . Oh ja, vóór die oven was er meestal ook nog een schouw waarin je de ‘hespe’ kon ophangen om ze te “roken”. Heerlijk!

In het bakhuis gebeurde overigens nog meer! Het rijmt op bakken … en het stinkt … juist ja, ‘kakke’ (pardon my French!). Het ‘bakheiske’ was ook het ‘kakheiske’ of ‘schijtheiske’, meestal afgekort tot ‘heiske’ (huisje). Enkele brede planken werden tegen elkaar bevestigd met in het midden een “gat op maat van het gat” … van de bezoeker! Gelukkig was er ook een deksel op dat gat en hing er wat kranten- of ander goedkoop papier aan een nagel binnen handbereik. Meestal was het ‘heiske’ tussen de twee varkensstallen gesitueerd die zich ook in het ‘bakheiske’ bevonden, aan weerszijden van het toilet. De bezoeker had dus goed gezelschap om “op zijn gemak” zijn ding te doen en mikte zijn kleine en grote boodschap door het gat in de beerput onder de planken. De urine van de varkens dreef ook  langzaam in de richting van diezelfde put … maar langs de andere kant van de twee muurtjes, natuurlijk! Aan de achterkant van het bakhuisje bevond zich overigens dikwijls de “mesthoop” en was er een deksel om de “beerput” te kunnen ledigen.

In dat bakhuis werd meestal ook nog ander materiaal opgeborgen: steenkolen, hout, gereedschap, soms een wasmachine die ook op hout gestookt werd, een mangel om het water uit de gewassen kleren te persen, de fietsen en zelfs een kleine werkbank …. Kortom, het huisje werd intensief gebruikt en soms was er onder het dak op de dennenhouten balken (de ‘schelft’) plaats voor wat stro of hooi, maar dat was toch erg (brand)gevaarlijk.

Wie letterlijk een groot ‘bakhaus of bakkes’ met een grote ‘ove’ (met varianten ‘hove’, ‘huuve’) had, kon veel brood ineens bakken … en wie figuurlijk een ‘groeëte bakkes’ of een grote ‘(h)oven’ had, had een “grote mond”. Zo iemand heet dan ook een ‘groeëtbakkes’, iemand die gekend is voor zijn grote mond en soms grove taal, ook wel ‘groeëtmaul’ genoemd (grootmuil). Als je iemand ‘op z’n bakkes’ wilde slaan, wilde je die persoon op zijn mond of hoofd slaan of gewoon slaan. Soms kreeg je als instructie van thuis mee om ‘dèèn (h)oven tau te haan’, die ‘oven (= mond) dicht te houden, bv. op school. En “tegen een oven is het moeilijk gapen”, zo leert het spreekwoord dat betekent dat je je moeilijk kan verweren tegen iemand met een grote mond.

Nog een anekdote, echt gebeurd! Bij de bevrijding na WO II was een heel bataljon Engelse soldaten in de wei bij mijn grootvader gelegerd: grootkeuken, onderhoud, bevoorrading, kortom, ze hadden alles bij zich. Mijn grootvader mocht de varkens in het ‘bakhaus’ niet meer voederen, dat zouden de Engelsen wel voor hun rekening nemen! En zo geschiedde. Toen de Engelsen het terrein verlieten, ging grootvader naar de varkens kijken en een van hen had een heel dikke wang … en wat bleek? Dat varken had een lege sardienenblik tussen zijn tanden en wang zitten … van die Engelse keukenpieten! ’t Is nog niet gedaan: als blijk van waardering voor mijn grootvader en zijn gezin, hadden de Engelsen bij hun vertrek de bakoven vol chocolade gestopt … alleen waren ze vergeten dat die nog warm was van het laatste baksel … en alle chocolade was gesmolten … Echt gebeurd, in het ‘bakhaus’ van mijn grootvader!

Meer ‘bakhuis en bakkes’:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bakhuis_(gebouw);
http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/bakkes;
https://www.mot.be/nl/opzoeken/lectuur/spreekwoorden/huishouden;

Eerste publicatie in “Blikveld” nr. 39 van 24 september 2021.

Louis Dingenen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *